Home

Partijen zoals toezichthouders, handhavers en vakbonden hebben vaak onvoldoende kennis en vaardigheid om de wet goed te kunnen interpreteren en toe te passen. Meestal nemen ze te weinig tijd om een zaak goed te bekijken en is dossiervorming in een zaak onvoldoende. Soms ook proberen jonge juristen onmogelijke jurisprudentie op hun naam te krijgen. Gevolg: ze maken eigen interpretaties van de wet, rekenen zich rijk, vragen dingen van burgers en bedrijven die vaak niet mogen en leggen de bewijslast bij de ander.

27 september 2016 -

Marten Brascamp in een zaak over

Algemene wet bestuursrecht art. 9.1 lid1 en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 21

PROJECTEN

 

  • Aanplant van bomen in agrarische bestemming
  • Onteigening van ondergrond bij ruilverkaveling
  • Legesheffing bij een omgevingsvergunning van rechtswege
  • Onjuiste opgave van gegevens bij aanvraag omgevingsvergunning
  • Incasso van afgeschafte abonnementskosten OV-fiets
  • Schadeclaim bij onrechtmatig besluit van een bestuursorgaan
  • Inning van huur zonder huurcontract
  • Opvolgend werkgeverschap en de verplichting tot transitievergoeding

 

Rechtvaardigheid

 

Om de wet goed te begrijpen en toe te passen helpt het uitgangspunt van ons rechtssysteem: de rechtvaardigheid, de redelijkheid en de billijkheid. Met dat in gedachten vind je in negen van de tien gevallen de goede weg.

En met het aanleggen van een goed eigen dossier natuurlijk!

Contact

 

Marten Brascamp

Oude Broekstraat 12

7382 AR Klarenbeek

tel: 06 200 90 381

eFax: 084 749 0984

mail: info@brascamp.com

 

Scientiae cogitatione procedere

 

NIEUWS

VOORST - Een gemeente wilde leges heffen op een omgevingsvergunning die eerder van rechtswege was verstrekt. Dat is onrechtmatig.

Leges kan worden geheven als een gemeente een dienst heeft verleend. Maar daarvoor moet ze wel wat doen. Het enkel in ontvangst nemen van een aanvraag omgevingsvergunning en die vervolgens in de krant publiceren, is onvoldoende om sprake te laten zijn van een verleende dienst.

 

ARNHEM - Een eiser leed schade door een onrechtmatig besluit van een gemeente. De schade bestond uit drie posten w.o. 'gemist voordeel' door bestede procestijd. Eiser vroeg om schadevergoeding op grond van Algemene wet bestuursrecht, art. 8.88. De rechter oordeelde dat elk van de posten moet worden gerekend tot zogenaamde 'proceskosten'. Daarvoor bestaat een aparte regeling: het Besluit proceskosten bestuursrecht. Die vergoedt een beperkt aantal kostensoorten en sluit daarmee alle andere automatisch uit. Uitgesloten kostensoorten kunnen vervolgens niet alsnog onder artikel 8.88 worden gevorderd. Dat heeft de Raad van State recent nog eens bevestigd.

Blijft natuurlijk de vraag of 'gemist voordeel' wel tot de proceskosten kan worden gerekend.

 

APELDOORN - Twee ex-medewerkers procedeerden tegen hun laatste werkgever om in aanmerking te komen voor een transitievergoeding. Hun diensttijd was minder dan 2 jaar, maar ze betrokken hun vorige dienstverbanden over meer dan 20 jaar erbij. FNV bereidde hun zaak zeer slecht voor. Toen ze de bui zagen hangen, lieten de medewerkers zich met een klein bedrag afkopen.

 

APELDOORN - Een organisatie voor openbaar onderwijs vorderde huur van een BSO-onderneming voor het medegebruik van ruimte is een basisschool. Er bestond tussen partijen geen huurovereenkomst. Eiser meende echter huur te kunnen innen op basis van afspraken die ze met de gemeente had onder het gemeentelijke huurbeleid. Van haar gevraagde huurpenningen wilde ze een-op-een doorberekenen aan de BSO. De rechter wees de vordering af:

(1) de onderwijs-organisatie onderbouwde zijn betoog nauwelijks en

(2) de (bestuursrechtelijke) verhouding die ze met de gemeente had is een andere dan een civielrechtelijke met de BSO-onderneming.

De inhoudelijke vraag, of het gemeentelijke huurbeleid bedoelt dat bij medegebruik van ruimte huur moet worden betaald, bleef daarmee onbeantwoord

CONNECT WITH US

Follow Us On Social Networks

Marten Hermsen Brascamp

06 200 90 381 info@brascamp.com